Het fenomenologisch-dialectisch persoonsmodel

HET FENOMENOLOGISCH-DIALECTISCH PERSOONSMODEL & PSYCHODRAMA

Leni Verhofstadt-Denève: augustus 2014

In de volgende pagina’s volgt eerst een inhoudsomschrijving van het Fe-Di PModel met telkens voorbeelden van concrete vraagstellingen om de reflectie op de centrale inhouden bij de protagonist te begeleiden. In het tweede deel wordt specifiek gefocused op het onderliggend dialectisch proces met een illustratie van diverse actiemethodieken om dialectische processen te stimuleren, in functie van persoonsontwikkeling.

HET FENOMENOLOGISCH-DIALECTISCH PERSOONSMODEL & PSYCHODRAMA

Leni Verhofstadt-Denève: augustus 2014

Onlangs ontving ik een mailtje van Anita Naus: “Ik ben de afgelopen weken weer druk bezig met jouw cirkel bij cliënten. Ik vind het heel boeiend om er mee te werken en ook wat ik tegenkom… Zoals bv. dat sommige mensen het heel moeilijk vinden om het Beeld van het Ideaal-Meta-Zelf in te vullen. Ik vraag me af wat dat zou kunnen betekenen, wat zegt dat, welke antwoorden geeft dat ? e.d. Leuk om er weer mee bezig te zijn. Het was wat weggezakt, maar door één bepaalde cliënt met een vraag over haar partnerrelatie was het ineens weer terug. … Ik zelf gebruik het vooral als bewustwordingsproces… Het wiel veroorzaakt ordening, verheldering en bewustwording”.

Mooi vond ik dit! Deze mail bracht mij op het idee om, aanvullend bij de vorige publicaties, (zie onder meer: Verhofstadt-Denève, 1988, 1996, 2001 b2007a, 2007b, 2012a, 2012b), een zo helder mogelijk verhaal te brengen over hoe je heel concreet met inhoud (samenstelling) en proces (beweging, ontwikkeling) van het Fenomenologisch-Dialectisch Persoonsmodel (ook wel eens “het wiel van Leni” genoemd), aan de slag kan. Hoe kan je met een actiegerichte aanpak dit wiel -als symbool voor de protagonist tot beweging en vooruitgang faciliteren,… ook op een hobbelig wegdek…?

Nu eerst wat achtergrondinfo en dan de concrete vertaling naar de praktijk. In het model verwijst het fenomenologische naar de unieke subjectieve inhoud die iedereen aan zichzelf en de omgeving toeschrijft. Het dialectische refereert naar het onderliggende proces waardoor deze inhouden tot stand komen en kunnen ontwikkelen (zie Figuur1). Vertrekkend van de mens als PERSOON die tegelijkertijd subject (IK) en object (MIJ) in zich verenigt, is het IK in staat tot reflectie op en constructie van het MIJ (dit is het subjectief fenomenologisch beeld – of verhaal – dat wij over onszelf en anderen creëren). Deze indeling is op een aantal punten te vergelijken met het schema van William James (1961), George Herbert Mead (1964), Anne-Lise LØvlie (1982) en met de narratief-dialogische benadering van Hubert Hermans (Hermans & Gieser, 2012; Verhofstadt-Denève, 2012a).

In de volgende pagina’s volgt eerst een inhoudsomschrijving van het Fe-Di PModel met telkens voorbeelden van concrete vraagstellingen om de reflectie op de centrale inhouden bij de protagonist te begeleiden. In het tweede deel wordt specifiek gefocused op het onderliggend dialectisch proces met een illustratie van diverse actiemethodieken om dialectische processen te stimuleren, in functie van persoonsontwikkeling.

Dit alles wordt geïllustreerd a.d.h.v. vignetten uit het werk met een concrete casus: Kevin, een 17 jarige jongen met ernstige sociale problemen vooral in relatie tot zijn vader (voor info over deze casus zie Verhofstadt-Denève, 2001 a).
 

  • Het Fe-Di PModel: Inhoud in Praktijk?

 
ZES PERSOONSDIMENSIES
OMSCHRIJVING
Het resultaat van de IK-MIJ reflectie omvat een complexe onoverzichtelijke veelheid van mogelijke constructies over onszelf en onze (sociale en materiële) omgeving. Een dergelijk, ruim en dikwijls chaotisch kluwen, is therapeutisch heel moeilijk hanteerbaar. Daarom werden, op grond van talrijke trainings- en praktijkervaringen zes werkbare MIJ-dimensies gedistilleerd, elk beantwoordend aan een specifieke vraag en refererend naar een welbepaalde persoonsdimensie:

Wie ben ik met mijn mogelijkheden en tekorten? Antwoorden op die vraag refereren naar het Zelf-Beeld als centrale persoonsdimensie, met de persoonlijke beleving van mijn mogelijkheden en tekorten.

– Dit Zelf-Beeld wordt voortdurend vergeleken met het beeld dat wij van de anderen construeren. De vraag Hoe zijn de anderen? Refereert naar het Alter-Beeld. Zeer belangrijk in deze context zijn de significante anderen, namelijk ouders, broers, zusters, vrienden, evenals geliefde dieren …

– Indien men binnen dit Alter-Beeld zich een beeld poogt te vormen van hoe men door die anderen wordt gepercipieerd? betreedt men het uiterst belangrijke terrein van het Meta-Zelf. In essentie behoort het Meta-Zelf tot het Alter-Beeld maar wordt hier -gezien de bijzondere betekenis voor de persoon en de therapeutische implikaties- als afzonderlijke dimensie onderscheiden (zie Verhofstadt-Denève 2007).

Deze drie dimensies (namelijk het Zelf-Beeld, Alter-Beeld en Meta-Zelf) zijn elk verbonden met een overeenkomstig ideaalbeeld:
– Het Ideaal-Zelf, als antwoord op de vraag: Wie zou ik willen zijn en worden?
– Het Ideaal-Alter, met de vraag: Hoe zouden de anderen moeten zijn en worden?
– Het Ideaal-Meta-Zelf, met de vraag: Welk beeld zouden ze van mij moeten hebben?
Zoals in verscheidene publicaties werd aangetoond, kunnen deze zes IK-vragen en de bijhorende persoonsdimensies als hanteerbaar “levend” referentiekader fungeren voor het therapeutisch handelen (Verhofstadt-Denève, 1988, 1996, 2001 b 2007).

Deze IK-MIJ reflectie is in het model ruimer dan de klassieke “zelf”-reflectie omdat het MIJ naast het zelf, tevens de gehele sociale- en object-wereld omvat. Uiteraard behoren de anderen niet tot mijn PERSOON maar mijn subjectieve constructies over de anderen en de wereld, behoren hier wel toe. In die zin heeft de IK-MIJ reflectie grote overeenkomsten met het begrip mentalisatie bij Fonagy (Allen, Fonagy & Bateman, 2008).

leni1

HOE DE PERSOONSDIMENSIES ACTIVEREN?
De vraag is hoe de psychodramaturg de reflectie op deze fenomenologische constructies bij de protagonist kan oproepen. Dit wordt hieronder geïllustreerd via de casus: Kevin (protagonist) in relatie tot zijn vader.

Voor elke persoonsdimensie zal worden vermeld welke vragen en instructies de director (Dir) kan hanteren om de protagonist tot reflectie op de onderscheiden dimensies te stimuleren. In de voorbeelden brengen we de meest eenvoudige, klassieke vraagstellingen. Die zullen uiteraard aanpassingen vergen afhankelijk van de concrete situatie: bijvoorbeeld in geval van individueel of groeps-psychodrama; gedurende een inspreking (van zichzelf of antagonist); een interne monoloog of een actiegerichte dialoog, e.d.

Zelf-Beeld
Dir: Kevin, kan je in de Ik-vorm zeggen wie je bent,.. waar sta jij voor…, wat vind je belangrijk?
K. : Ik ben Kevin, 17 jaar en voel me rot… ik haat de school,… ik heb geen vrienden…ik ben een mossel…

Alter-Beeld
Voor de actualisering van het Alter-Beeld zijn er schematisch gezien drie uitdrukkingsvormen mogelijk die een totaal andere inhoud en beleving vertolken naar gelang K zich uitdrukt in de (1) Hij-, (2) Jij-, of (3)Ik-vorm:
(1) Dir: Kevin, vertel eens iets over je vader,.. hoe is hij… waar staat hij voor … wat is voor hem belangrijk?
K: Hij is een onmogelijke vent, zuipt, slaat ons moeder…is brutaal en doet nooit wat hij belooft… . Hier vertelt K aan de groep en/of dir. zijn (subjectief, fenomenologisch) beeld van zijn vader. Kan ook als een vorm van warming-up gehanteerd worden eventueel gevolgd door de uitdrukking in de jij- en ik-vorm.
(2) Dir: Je kan dat hier ook zeggen tegen hem als je dit wil (jij beslist of hij jou al dan niet hoort)
K: Hij mag mij horen!…. Je bent een nietsnut, dronkaard, moordenaar…ik haat je!!!
Hier vertolkt K zijn visie over de vader rechtstreeks naar (het symbool van) de vader.
(3) Dir: Kevin probeer nu eens je vader te worden (dikwijls veel weerstand; maar als het lukt):
Dir: (tot K in de rol van zijn vader): Wat voor persoon ben jij? Wie ben jij, eigenlijk? Wat vind je belangrijk?
K: (als vader): Ik ben 39 jaar… werkloos… ik doe altijd mijn goesting. Af en toe lust ik wel eens een pint of twee …drie…vier… en dat kost geld en dan moet moeder mij dat geld geven… en ja dat geeft boel…vroeger was alles veel beter, dan had ik werk en de kinderen waren nog klein…dat was veel aangenamer…
Door zijn vader te worden en te spreken in de ik-vorm, vertolkt hij hier wat hij vermoedt dat de vader zelf denkt en voelt. Meestal is deze vorm veel intenser, dan de (meer afstandelijke en meer vertrouwde) beleving in de hij- of jij-vorm. Plots wordt men de ander, en dit is meestal een nieuwe, soms vrij confronterende ervaring waarbij de empathische beleving wordt aangescherpt en soms ongekende inhouden bij de ander worden ontdekt (Zie ook verder onder dialectische processen).

Meta-Zelf
De uitdrukking van het Meta-zelf kan ook via de Hij- of Jij-modus, maar is het meest aangewezen in de Ik-vorm terwijl K “zijn vader wordt”: Aansluitend bij (3) onder Alter-Beeld kan het gesprek dan verder als volgt verlopen:
Dir (tot K, nog steeds in de rol van zijn vader): Vader van Kevin, wat denk je over jouw zoon, Kevin?
K (als vader): Ja Kevin…dat is niet meer dat lief ventje van vroeger… hij is ontevreden…agressief… hij kent zijn force niet en heeft mij bijna doodgeslagen… hij is veel veranderd…
Deze inleving in het Meta-Zelf is voor de protagonist veel directer (en meestal veel intenser) vanuit de rol van de antagonist in de ik-vorm, dan in de meer rationeel-afstandelijke hij- of jijvorm als antwoord op de vraag van de Dir: Hoe denk je dat jouw vader jou ziet?

Ideaal-zelf
Dir: Je bent blijkbaar niet zo tevreden met jezelf, Kevin, wat zou je bij jezelf willen/kunnen veranderen? En in een volgende fase:
Dir: Hoe zou je dit kunnen aanpakken?

Ideaal-Alter
Hier ook kunnen op gelijkaardige wijze als bij het Alter-Beeld de Hij- Jij- of Ik-vorm worden benut aansluitend bij de volgende vragen van de Dir.
(1)Hij-vorm
Dir: Wat zou er bij je vader moeten/kunnen veranderen, Kevin?
K: Hij zou moeten. …
En aansluitend:
Dir: En zou jij daar ook iets kunnen aan doen?
(2)Jij-vorm
Dir: Als je wil kan je ook tegen je vader zeggen waarin hij zou moeten veranderen
K: Pa, je zou moeten….
(3) Ik-vorm
Dir (tot K in de rol van zijn vader): Vader van K, nu is er veel ruzie thuis.. hoe zou dat kunnen veranderen?…
Wat zou er kunnen veranderen bij jezelf?…. Zie je dat mogelijk?
K: (in de rol van zijn vader): ‘k weet, niet maar ik zou misschien kunnen….

Ideaal-Meta-Zelf
Hier moet ook weer onderscheid worden gemaakt tussen het ideaal beeld dat K wenst dat zijn vader over zijn zoon zou moeten hebben, enerzijds, en het ideaal beeld dat K denkt dat zijn vader over zijn zoon heeft, anderzijds.

De eerste inhoud (zoals K het zou willen) kan door K worden uitgedrukt in de Hij- en Jij-vorm.

De Dir. zou dan de volgende vragen kunnen stellen:
Hoe zou je willen dat jouw vader jou zou zien? Wat zou hij van jou moeten verwachten, opdat je jou beter zou voelen? Wat zou hij hiervoor kunnen doen? (antw. in Hij-vorm).
Je kan hem dit nu ook zeggen als je dit wenst (antw. naar vader in Jij-vorm).

Het tweede beeld (de persoonlijke beleving van de vader) kan weer in de Ik-vorm terwijl Kevin de vaderrol vertolkt.
Dir: Vader van K, wat zou er moeten veranderen bij jouw zoon? En hoe zou jij hem daarbij kunnen helpen?
Wat zou hij hiervoor best doen? Kunnen jullie samen hier iets aan doen?

Hier ook is de beleving in deze Ik-vorm modus meestal meer belevend intenser dan in de Hij- of Jij-vorm.

In de persoonsdimensies kunnen we een aantal tegengestelde gebieden onderscheiden die inhoudelijk voor de zes dimensies gelden, zoals: Externe inhouden versus interne inhouden; Fenomenologische constructies versus alternatieve interpretaties; en de Tijdsperspectieven: heden, verleden en toekomst. Hieronder volgt een omschrijving van deze gebieden. Aansluitende psychodramatische acties voor het stimuleren van dialectische processen binnen deze gebieden worden daarna beschreven.

  • EXTERNE VERSUS INTERNE INHOUDEN

In elke MIJ-dimensie kan er onderscheid worden gemaakt tussen een extern aspect (namelijk wat men zegt en doet) en een intern aspect (namelijk wat men denkt en voelt). bijvoorbeeld: K verklaart tijdens een sessie:
Ik was brutaal tegen hem… ik was woedend… maar eigenlijk ben ik met hem begaan, maar ik heb dit nooit kunnen zeggen, ….

Hier komen aspecten van het externe en interne Zelf-Beeld tot uitdrukking. In therapeutische sessies moet de mogelijkheid worden geboden om dergelijk verborgen inhouden te kunnen uiten.

  • FENOMENOLOGISCHE CONSTRUCTIES VERSUS ALTERNATIEVE INTERPRETATIES

Een ander belangrijk punt is dat de subjectieve fenomenologische constructies die we van onszelfen anderen maken “foutief” kunnen zijn (uiteraard is niet te bepalen of een constructie al dan niet foutief is; maar zeker zijn alternatieve interpretaties altijd mogelijk). Vanuit een klinisch-therapeutisch uitgangspunt is het essentieel dat de therapeut onvoorwaardelijk de subjectieve fenomenologische constructies van de cliënt als uitgangspunt neemt, hoe bizarre en onrealistisch die ook mogen blijken. Van daaruit kan de cliënt, ondersteund door een veilig therapeutisch klimaat, zelf meer adequate, ofop zijn minst alternatieve, interpretaties over zichzelf en wereld ontdekken.

  • TIJDSPERSPECTIEVEN

Op elk van de zes dimensies kan worden gereflecteerd vanuit de drie tijdsperspectieven. Zo heeft bijvoorbeeld elk van ons een min ofmeer duidelijke voorstelling van de persoon die we nu zijn, die we vroeger als kind waren, en zoals we vermoeden later te zullen zijn (Zelf-Beeld). Gelijkaardig hebben we een beeld over hoe vader vroeger was, nu is, en in de toekomst zou kunnen zijn (Alter-Beeld).

De zes persoonsdimensies (Zelf-Beeld; Alter-Beeld; Meta-Zelf en hun resp. Ideaalbeelden) en de inherente gebieden eigen aan deze zes dimensies (extern/intern; Fenomenol. en Alternatieve constructies; en de drie tijdsperspectieven) vertegenwoordigen de fenomenologische inhoudelijke bouwstenen van het Fe-Di PModel. In de volgende paragrafen wordt beschreven hoe deze inhouden, op een constructieve wijze, procesmatig tot ontwikkeling kunnen gestimuleerd worden via dialectisch gefundeerde methodieken.

(II) Het Fe-Di PModel: Dialectische processen in Praktijk?
In diverse publicaties wordt het centrale begrip dialectiek uitvoerig omschreven (Verhofstadt-Denève 2007a; 2007b). We beperken ons hier tot de essentie. Zeer verschillende culturen (Hindoe, Chinese, Oud Griekse en Westerse) gaven aan het begrip dialectiek de meest diverse betekenissen met politieke, sociaaleconomische, religieuze en historische toepassingen. Een algemeen geldende betekenis benadrukt dat dialectische bewegingen cruciaal zijn voor de stimulering van kwalitatieve ontwikkelingen. Wij steunen ons hoofdzakelijk op de Hegeliaanse visie aangevuld met het triadisch model van Fichte (1794). Volgens deze visie kent het dialectisch proces een dubbele negatie doorheen een triadisch verloop van These naar Anti-these en eindigend in een Synthese. Deze synthese kan dan de these worden van een nieuw dialectisch proces. Hieronder zal het triadisch verloop concreet worden uitgelegd aan de hand van praktijkvoorbeelden. Fundamenteel in dit verloop is de ervaring van contradictie dikwijls samengaand met twijfel, en crisis. En inderdaad lijkt men het meest te leren uit pijnlijke levenservaringen: het overlijden van een significante ander; het afbreken van een partnerrelatie, een moeilijke keuze, een plotse levensbedreigende ziekte…

Belangrijk hierbij is dat conflictervaringen wel een noodzakelijke doch niet voldoende voorwaarde zijn voor persoonsontwikkeling. Conflicten kunnen ook destructief zijn indien ze te overweldigend worden. Dan dreigt het proces van de negatieve dialectiek. Het is derhalve te mijden een protagonist in een conflictsituatie te brengen waarvoor hij/zij nog niet klaar is. Vanuit ontwikkelingspsychologisch en therapeutisch oogpunt dringt conflictdifferentiatie zich derhalve op. Deze visie wordt ondersteund door eigen follow-up onderzoek en theoretische interpretatie via de principes van de dialectische ontwikkelingspsychologie (Verhofstadt-Denève, 1985, 1997, 1998, 1999, 2001, 2007a, 2007b & 2012b;Verhofstadt-Denève & Schittekatte, 1999; Bidell, 1988 & Buss, 1979). Essentieel is bovendien een ondersteunende contextuele sociale omkadering en meer specifiek in therapeutische context de opbouw van een veilig vertrouwde hechtingsrelatie met de therapeut en groepsleden. Constructieve dialectische processen (die heel wat inzet van de persoon vergen) zijn enkel mogelijk binnen een beveiligd therapeutisch klimaat. De aard van beveiliging zal in hoge mate de resilience of veerkracht van de protagonist bepalen.

Er wordt verondersteld dat idealiter de zes persoonsdimensies met name Zelf-Beeld, Ideaal-Zelf, Alter-Beeld , Ideaal-Alter, Meta-Zelfen Ideaal-Meta-Zelf in een dialectisch constructief tegenstellingsverband tot elkaar zouden staan.

Aansluitend bij het persoonsmodel kunnen minstens vier soorten tegenstellingen worden onderscheiden, rekening houdend met de aard van de tegengestelde polen, namelijk:
(1) inter-dimensionele opposities, bijvoorbeeld tussen Zelf-Beeld en Meta-Zelf;
(2) intra-dimensionele opposities, bijvoorbeeld tussen externe en interne inhouden binnen eenzelfde dimensie;
(3) tegenstellingen tussen subjectieve fenomenologische constructies over zelf en wereld enerzijds en mogelijk alternatieve interpretaties, anderzijds;
(4) tegenstellingen tussen de drie tijdsdimensies: verleden, heden en toekomst.
Hieronder volgen korte illustraties via (niet letterlijke) vignetten.

(1) Inter-dimensionele tegenstellingen: Zelf-Beeld vs. Alter-Beeld en Meta-Zelf In dit voorbeeld sluiten we aan bij de Kevins’ (opvallend negatieve) Zelf-Beeld uitspraken:
Dir: Kevin, kan je in de Ik-vorm zeggen wie je bent,.. waar sta jij voor…, wat vind je belangrijk?
K. : Ik ben Kevin, 17 jaar en voel me rot…ik haat de school,… ik heb geen vrienden…ik ben een mossel…
(= Zelf-Beeld).
………………….
Dir: Je mag nu iemand uit de groep kiezen die je vader zal voorstellen, dat kan ook een meisje zijn, dit doet er
niet toe.
K : OK , Ik neem Bob, omdat hij de grootste is van de groep… (Bob komt binnen de kring in de groepsruimte)
Dir : OK, Kevin kom nu achter Bob staan en leg je hand op zijn schouder. Nu ga je proberen om je vader te worden, en zeg dan in de ik-vorm wie je bent (= rolnemingstechniek). Neem je tijd Kevin…Bob, jij moet aandachtig luisteren, om te weten hoe je Kevins’ vader kunt voorstellen.
K : (K komt achter Bob staan en zegt:) Ik ben de vader van K. Ik ben 39 jaar, verlamd na dat gevecht met K, moe, ik heb al mijn kracht en levenslust verloren. Ik kijk hele dagen naat de TV, ik voel mij boos en verdrietig….
(= Kevins’ Alter-Beeld over zijn vader)

Nu wordt overgegaan naar Kevins’ Meta-Zelf:
Dir : (tot K in de rol van zijn vader) Wel, vader van Kevin, wat denk je over jouw oudste zoon?
K: (nog steeds als vader) Hij is de oorzaak van al onze miserie… hij sloeg mij … Ik had kunnen dood zijn… Ik wenste het… Als kind was hij zo lief en verstandig; we konden samen zo goed opschieten… Wat is hij veranderd! Ik kan bijna niet meer met hem praten… toch, denk ik dat ik nog van hem hou… (= Kevins’ Meta-Zelf). (K krijgt het wat moeilijk…tranen in de ogen…).
Dir : OK , Kevin, neem je tijd… Kom hier, wordt terug jezelf, je bent niet langer meer je vader… Wie ben je nu?
K : Ik ben Kevin, Ik had het daar even moeilijk. Ik begrijp het niet goed… ik huil nooit, maar het kwam zo plots! (= opnieuw Kevins’ Zelf-Beeld).

Dit is een schoolvoorbeeld van een dialectisch proces, namelijk een dubbele negatie volgens een triadisch stadium-verloop (these, anti-these, synthese).
– In de eerste fase wordt aangevangen met Kevins’ Zelf-Beeld (t h e s e).
– In de tweede fase (tijdens de rol-neming) wordt dit Zelf-Beeld “genegeerd” (niet in de zin van vernietiging maar veeleer in de betekenis van “op de achtergrond komen”) ten voordele van het Alter-Beeld (en het aansluitende Meta-Zelf).
Dit is het moment van de eerste negatie waarin de tegenstelling, Zelf-Beeld enerzijds en Alter-Beeld/Meta-Zelf (a n t i – t h e s e) anderzijds, levendig wordt aangevoeld. Dikwijls gaat deze intense tegenstellingservaring samen met een soort crisiservaring of catharsis. Dit was inderdaad het geval bij Kevin: hij werd duidelijk emotioneel, wanneer hij in de rol van de vader, gelijktijdig de pijn en de liefde van de vader ervoer, samen met zijn eigen ambivalente gevoelens naar de vader.
– In de derde fase of het moment van de tweede negatie keert de Protagonist naar het Zelf- Beeld terug (s y n t h e s e). De bewustzijnsfocus verplaatst zich terug naar het Zelf-
Belangrijk hierbij is dat de conflictervaring tijdens de anti-these fase (soms samengaand met pijn), de voorwaarde inhoudt tot mogelijke veranderingen en integratie van de twee tegengestelde polen (namelijk Zelf-Beeld en Alter-Beeld) in de derde fase. Hierdoor kunnen beide polen rijker worden, of op zijn minst gevoeliger voor een meer intense IK-MIJ reflectie.

Uitspraken van Kevin suggereren dat deze dialectische acties zijn Zelf- en Alter-Beelden in beweging brachten. Tijdens de sharing zei hij “’t was moeilijk….. maar ‘k denk da’k hem ietske beter begrijp. … ”

Zeker kunnen gelijkaardige dialectische ontwikkelingen ook gestimuleerd worden via andere therapeutische methodes, maar in deze actiegerichte aanpak waarbij cognities, emoties taal en actie geïntegreerd worden toegepast, wordt de IK-MIJ reflectie extra aangewakkerd door de concrete toepassing van methodieken binnen de context van een intense, persoonlijk doorleefde situatie.

Het voorafgaande was een voorbeeld van een interdimensionele conflictervaring. Hoe kunnen nu intra-psychische tegenstellingen verlevendigd worden? We illustreren dit weer met enkele uitspraken van Kevin in relatie tot zijn vader.

(2) Intra-dimensionele tegenstellingen: Extern versus Intern Zelf-Beeld
Ter illustratie een kort vignet:
K : Pa, ‘k ga even weg…
Bob (als Kevins’ vader): OK man, maar zorg dat je terug bent voor twaalf!
Dir . (tot K ): Zou je vader dit zo zeggen?
K : Oh nee!… Dat zou hij nooit zeggen!
Dir: OK , wissel van rol! Kevin, jij wordt nu jouw vader. Bob jij wordt Kevin en je herhaalt de woorden die Kevin net zei.

Deze rolwisseling is hier noodzakelijk omdat we uitgaan van de subjectieve fenomenologische constructies van Kevin. De dialoog moet dus volledig aansluiten bij zijn leefwereld; zoniet krijgen we een soort rollenspel met een veel geringere doorleefde affectief-cognitieve impact.
Bob (als K ): Pa, ‘k ga even weg…
K (als vader): Ga en blijf uit mijn ogen voor de rest van de week ook!
Dir : Wissel terug van rol.
K : (als zichzelf zich wendend naar zijn vader): Och zwijg! Kijk naar je zelf! Wat deed jij met je leven, mislukkeling!
Dir . (tot K ): Wat denk je nu? Wat voel je terwijl je dit tot hem zegt?
K (luidop denkend): Ik voel me slecht… Waarom zeg ik dit?… Ik weet dat hij zich ellendig voelt… Ik voel zelfs medelijden met hem… soms denk ik zelfs dat ik van hem hou… Is dit de kleine jongen in mij?

Dit illustreert hoe er met de tegenstelling inter/extern Zelf-Beeld kan worden gewerkt. Zeker voor adolescenten die het soms bijzonder moeilijk hebben om positieve gevoelens te uiten, is het essentieel dat de tegenstelling tussen het extern soms brutaal gedrag en de interne meer positieve grondhouding wordt aangevoeld. Ook dit is een dialectisch proces bewegend van de externe naar de interne pool waardoor beide polen veranderen en kunnen integreren in de richting van een synthese. Dikwijls wordt in volgende sessies vastgesteld dat ze in staat waren om dank zij deze conflictervaring ook meer positieve gevoelens reëel tot uitdrukking te brengen. Het psychodrama exterioriseert de verholen maar betekenisvolle interne dialoog, door middel van exploratie van gevoelens, affecten en cognities onderliggend aan de externe actie.

(3) Fenomenologische constructies versus “realiteit” (of alternatieve interpretaties)
In het derde voorbeeld wordt toegelicht hoe met de tegenstelling tussen fenomenologische constructies (de eigen subjectieve interpretaties van zichzelf en wereld) en mogelijke alternatieve interpretaties, kan worden gewerkt. Vele psychosociale problemen vinden hun oorsprong in verstarde constructies over onszelf en anderen. Vertrekt men in therapeutische sessies steeds van de fenomenologische interpretaties dan kan naderhand de protagonist worden aangespoord om alternatieve betekenissen te vinden en uit te proberen. Deze alternatieve interpretaties kunnen aangemoedigd worden door de toepassing van o.m. de hogerbeschreven technieken (namelijk rol-neming en rol-wisseling) in specifieke situaties met affectief emotionele betrokkenheid.

In dit gehele proces kunnen de andere groepsleden en eventueel ook een meewerkend codirector een constructieve rol spelen via o.m. de techniek van het “dubbelen”.

Ter illustratie nog een voorbeeld uit Kevins’ psychodrama-sessies:
Tijdens een dialoog zegt K tot zijn vader: Waarom was je vroeger zo brutaal tegen mama en mij?
Een groepslid komt achter “vader” staan en dubbelt hem: Ergens ben ik jaloers op de warme relatie tussen Kevin en zijn moeder…ik kan dit soms moeilijk verdragen…
Dir : Kevin is dat mogelijk?
K : Nee dat kan niet… vader jaloers op mij?… Nee… of misschien… soms een klein beetje… Op een dag zei hij tegen mij: “jullie twee trekken altijd aan hetzelfde eind”… Misschien moet ik eens met hem praten…

Het komt frequent voor dat de protagonist in een eerste reactie een dubbeling radicaal verwerpt. Achteraf blijkt dat de protagonist sommige interpretaties, eventueel bijgeschaafd, toch overneemt. Ook dit kan beschouwd worden als een dialectische actie tussen de gedubbelde inhoud en de eigen opvatting als een vorm van dialoog tussen twee polen die uiteindelijk tot een vernieuwd inzicht (synthese) kunnen leiden.

(4) Tegenstellingen tussen tijdsdimensies
Psychodramatisch wordt gepoogd om het verleden en de toekomst zoveel mogelijk te integreren in het heden.
Wanneer de director aanvoelt dat de protagonist heimwee voelt naar het verleden, kan er samen met de protagonist besloten worden om even het verleden te gaan exploreren. Wanneer dit gebeurt is het van groot belang te starten met een positieve situatie uit het heden. Dit zal de terugkeer naar het heden vergemakkelijken na de soms zeer gegeerde positieve ervaringen in het verleden. Bij sommige protagonisten kan de weerstand tot terugkeer naar de huidige situatie zo groot zijn dat zij wensen in het onbezorgde verleden te blijven.

En nu terug naar Kevin.
K: Vroeger als kleine jongen, was alles veel mooier: ma en pa hielden van elkaar en ze waren lief voor mij … er was geen geschreeuw en gevecht in huis, alles was rustig en eenvoudig.
Dir : OK Kevin als jij het wil kun je even terug gaan in je verleden om die sfeer nog eens aan te voelen. Maar voor je die reis maakt moet je eerst in het heden een plek of situatie vinden waarin je jou goed voelt..
K : Ik voel mij nergens goed… ik haat mijn leven van nu… Het best voel ik mij nog als ik alleen ben op mijn kamer, terwijl ik op mijn bed lig dromend van een ander leven met een goed werk en een vriendin die van mij houdt… zonder angst en schuldgevoelens…
Dir : OK Kevin, je bent nu in je kamer, waar is de deur, … ga dan naar rechts en beschrijf wat je ziet en voelt…
K : Hier staat mijn bed… Ik hou van deze hoek; ik voel mij veilig maar soms ook treurig… Ik ben een miskleum… ik haat mijzelf… maar toch hou ik er van om in mijn kamer alleen te zijn.
Dir : Goed Kevin, voel dit positief gevoel en geniet er van… Kevin, nu ga je een reis maken naar het verleden. Kijk, indien je voorbij deze stoel stapt, ben je in een aangename situatie van vroeger… Jij beslist hoe oud je bent, waar je bent en wat er gebeurt.

Heldere tijdssymbolen zijn zeer belangrijk om tijdsverwarring te vermijden.
(Kevin stapt voorbij de stoel).
Dir : Kevin, hoe oud ben je nu? Waar ben je? Hoe laat is het?
K : (gaat onmiddellijk liggen)Ik ben zeven, het is negen uur, ik lig in mijn bedje, … het is het moment waar ik altijd naar verlang: mama en papa komen mij een nachtkusje geven. Mijn vader komt binnen…
Dir : Kies je vader uit de groep.
K : Niet Bob, het is een andere vader nu, … een sterke vader… een zachte vader… John, … (John komt op)… Ik zie zijn grote handen… ze strelen mij zachtjes over mijn wang (Kevin ligt neer, John als vader handelt zachtjes volgens Kevins’ aanwijzingen).
Dir : Kevin , wat voel je nu?
K : Ik voel me veilig, ik voel dat niemand mij nu pijn kan doen, mijn sterke papa zal mij altijd beschermen. Hij zegt:” hei man gaan we morgen samen vissen?” (John als vader acteert de scène)
K: Dan komt mijn mama binnen en we zeggen samen altijd hetzelfde troetelzinnetje: “Slaap wel mijn lief klein groen krabbeslabbetje”… en dan lachen we samen zeer luid.
(Kevin krijgt tranen in zijn ogen, terwijl hij het zinnetje zegt).
Dir : OK Kevin dit is goed, neem rustig je tijd om die zachte veilige sfeer te voelen…
K : Ja, ik voel die zeer sterk… en dat is goed; maar ik voel ook het gemis… dat doet pijn…
(Na een tijdje) Dir : Kevin nu wordt het tijd om groot te woorden en terug naar ginder te gaan ( het nu), …
K : Ik haat dat, ik ben bang…
Dir : Ik weet het Kevin, maar als je wil mag je iets van hier, uit je kindertijd, meenemen.
K : …OK, … ik neem mee: het samen vissen met pa; het troetelzinnetje van mama “slaap wel mijn lief klein groen krabbeslabbetje”… en het gevoel dat ze mij alle twee graag zien.
Dir : Zeer goed Kevin, dat is heel wat!… Heb geen schrik… je bent niet alleen (Kevin stapt weer voorbij de stoel) Hoe oud ben je nu Kevin, waar ben je nu?
K : Ik ben terug verdomd 17, ik lig op mijn bed in mijn kamer… het was mooi in het verleden te denken en voelen…Maar ik voel ook zeer sterk het gemis… Ik denk dat ik dat troetelzinnetje eens aan mijn moeder zal zeggen om te zien of zij het zich nog herinnert… ik hoop het…
Dir : Dat is een zeer goed idee Kevin! En de volgende sessie kun je dan vertellen hoe ze reageerde… vergeet het niet. Kevin, je bent niet alleen!
Ook dit is een duidelijk voorbeeld van een dialectisch proces tussen de polen “Heden” en Verleden”:
– Het heden komt op de achtergond door de stap in het verleden. Het is de fase van de eerste negatie.
De bewustzijns-focus verplaatst zich van het heden naar het verleden.
Dit kan gelijktijdig helend en pijnlijk zijn, daar de wrange tegenstelling tussen het positieve van vroeger en het actuele negatieve, zeer sterk wordt aangevoeld; anderzijds is de beleving van deze tegenstelling een bron van nieuwe inzichten en een voorwaarde om een hoger niveau in de volgende fase te kunnen bereiken.
-De terugkeer naar het heden is de beweging van de tweede negatie waarbij een aantal aspecten van het goede uit het verleden geïntegreerd kunnen worden in het heden. Beide polen (beleving van heden en verleden) veranderden. Het verleden kan verlevendigd worden door de intense concrete herbeleving. Het heden kan worden gevoed door de constructieve elementen uit het verleden.
Een gelijkaardig proces kan worden geactiveerd, wanneer de protagonist zich verplaatst in de toekomst en na exploratie terugkeert naar het heden. De bedoeling is om de constructieve elementen uit verleden en toekomst te integreren in het heden opdat de protagonist sterker zou staan in het hier en nu.

Slotbeschouwing
In dit verhaal poogden we het verband te schetsen tussen het Fenomenologisch-Dialectisch Persoonsmodel ter ondersteuning van de psychodramapraktijk. Hopelijk is dit nu ietsje duidelijker
dan voorheen. En misschien ontdekte je als lezer dat je reeds lang, zonder dit te beseffen, met inhoud en proces van dit model werkte. Het verschil is wellicht dat je nu ietsje beter weet waar je mee bezig bent… Uiteraard zijn andere theoretische verklaringsmodellen ook mogelijk. Vanuit een dialogisch-dialectisch perspectief kan het Fe-Di PModel de these worden van een nieuw dialectisch proces. We kijken derhalve met belangstellende verwachting uit naar steeds vernieuwende antithesen en constructieve syntheses waarbij de ideale synthese steeds meer wordt benaderd, maar (gelukkig) nooit volledig kan worden bereikt…. want dan valt alles stil….

REFERENTIES

  • Allen, J.G., Fonagy, P. & Bateman, A.W. (2008). Mentaliseren in de klinische praktijk. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
  • Bidell, T. (1988). Vygotsky, Piaget and the Dialectic ofDevelopment. Human Development, 31, 329-348.
  • Buss, A.R. (1979). A Dialectical Psychology. New York: Wiley.
  • Fichte, J.G. (1794). Grundlage der gesamten Wissenschaftslehre. Leipzig: Christian Erst Gabler.
  • Hermans, H.J.M. & Gieser,T. (Eds.) (2012). Handbook on the Dialogical Self. Cambridge: Cambridge University Press.
  • James, W. (1961). Psychology: the Briefer Course. New York: Harper & Row. (eerste editie in 1892).
  • Kelly, G.A. (1955). The Psychology ofPersonal Constructs (1 en 2). New York: Norton.
  • Løvlie, A.-L. (1982). The Self, Yours, Mine or ours. A Dialectic View. Oslo: Universitetsforlaget.
  • Mead, G.H. (1964). On Social Psychology. Selected Papers, Edited and with an Introduction by A. Strauss. Chicago/London: The University of Chicago Press. (Eerste editie (1956) onder de titel: The Social Psychology of George Herbert Mead.)
  • Verhofstadt-Denève, L. (1985). Crises in Adolescence and Psycho-Social Development in Young Adulthood. A Seven-Year Follow-up Study from a Dialectical Viewpoint. In C.J. Brainerd & V.F. Reyna (Eds.), Developmental Psychology. Amsterdam/New York/Oxford: North-Holland.
  • Verhofstadt-Denève, L. (1988). The Phenomenal-Dialectic Personality Model. A Frame of Reference for the Psychodramatist. Journal of Group Psychotherapy, Psychodrama and Sociometry, 41 (1), 3-20.
  • Verhofstadt-Denève, L. (1996). Werken met dromen in psychodrama. Een ontwikkelingsgericht existentieel- dialectisch denkkader geïllustreerd bij een groep adolescenten. Tijdschrift voor Psychotherapie, 22, 20-37.
  • Verhofstadt-Denève, L. (1997). Using conflict in a developmental therapeutic model. International Journal of Adolescent Medicine and Health.9 (2), 151-164.
  • Verhofstadt-Denève, L. & Schittekatte, M. (1999). Adolescenten, 15 jaar later… Nederlands Tijdschrift voor de Psychologie en haar grensgebieden. 54, pp. 13-30.
  • Verhofstadt-Denève, L. (1998). Leuven/ Apeldoorn: Garant.
  • Verhofstadt-Denève, L. (2001 a). Actie met het Fenomenologisch-Dialectisch Persoonsmodel: Constructief werken met conflictbelevingen van de cliënt. Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie,39, 97-114.
  • Verhofstadt-Denève, L. (2001 b). Hoe werkt de “Toverwinkel” in Psychodrama? Een ontwikkelingsgerichte existentieel-dialectische visie. Tijdschrift voor Psychotherapie, 27,263-277.
  • Verhofstadt-Denève, L. (2007a). Zelfreflectie en persoonsontwikkeling. Handboek Ontwikkelingsgerichte Psychotherapie. Leuven, Voorburg: Acco. HANDBOEK (384pp.) TE BEKOMEN BIJ DE AUTEUR (25€)
  • Verhofstadt-Denève, L. (2007b). Existential-dialectical Psychodrama: The Theory behind Practice. In: C. Baim, J. Burmeister & M. Maciel (Eds.), Advances in Theory and Practice (pp.111-126). New York: Brunner/Routledge.
  • Verhofstadt-Denève, L. (2012a) Psychodrama: From a Dialogical Self Theory to a Self in Dialogical Action. In: H.J.M. Hermans & T.Gieser (Eds.), Handbook on the Dialogical Self. (pp. 133-150). Cambridge: Cambridge University Press.
  • Verhofstadt-Denève, L. (2012b) Subgroup conflicts? Try the psychodramatic “Double Triad Method”. International Journal of Group Psychotherapy. 32 (2), 253-281.

Prof. Leni Verhofstadt-Denève (Ghent Univ./Univ. of Antwerp)
School of Experiential-Dialectical Psychodrama
Bergwegel 74
B-9820 Merelbeke BELGIUM
tel.: +32 (0)475 46 30 06
fax: +32 (0)9 232 58 25
Info (incl gratis copie van artikelen) te bekomen via:
E-mail : Leni.Deneve@UGent.be
www.VerhofstadtDeneve.be
www.PsychodramaPuppets.be

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *